VWO/ath/gym 1 - DOGEografie

Ga naar de inhoud

VWO/ath/gym 1

Eindopdracht Hoofdstuk 4
19 juni 2020
Inleveren uiterlijk 5 juli 2020
Presentatie H4.6 Rijk aan de rand van Europa
12 juni 2020
Filmbestand uploaden
Eindopdracht

Is het land van jouw keuze wel een ontwikkelingsland?
Klik op de landenlijst om hier achter te komen.
Presentatie H4.5 Waarin een klein land groot kan zijn
5 juni 2020
Presentatie H4.3 + 4.4 Sociale ongelijkheid en Globalisering
19 mei 2020
Hoofdstuk 4: introductie ARM EN RIJK
Presentatie Zoomles 7 april 2020
Presentatie H3.5-3.7
Presentatie H4.2 + 4.3 Meten van welvaart en welzijn
12 mei 2020
Planner
5 mei 2020
Waar wonen de armen in Nederland?
thuisgeleerd.nl
Hoofdstuk 3: Klimaat
Leerdoelen

Paragraaf Vaardigheden: Plaatsbepaling op aarde
• Je beheerst de stof van dit onderdeel.

Paragraaf 3.1 Wereld: Klimaten wereldwijd
• Je weet welke klimaten op aarde voorkomen.
• Je begrijpt welke invloed breedteligging heeft op klimaten.
• Je kunt uitleggen waarom de begroeiing tussen de verschillende klimaten verschillend is.

Paragraaf 3.2 Wereld: Temperatuurverschillen op aarde
• Je weet dat dankzij de atmosfeer de aarde een leefbaar klimaat heeft.
• Je begrijpt welke invloed de stand van de zon en de geografische breedte hebben op de temperatuur.
• Je kunt de gemiddelde dagtemperatuur berekenen.

Paragraaf 3.3 Wereld: Het verschil tussen zomer en winter
• Je weet welke gevolgen de schuine stand van de aardas heeft voor dag en nacht op aarde.
• Je begrijpt waarom de schuine stand van de aarde invloed heeft op de seizoenen en de temperatuur op aarde.
• Je kunt een tekening maken van de aarde ten opzichte van de zon voor verschillende jaargetijden.

Paragraaf 3.4 Wereld: Water: te veel of te weinig
• Je weet dat water in verschillende vormen kan voorkomen en dat het in een kringloop rondgaat.
• Je begrijpt hoe stuwingsregen, stijgingsregen en frontale regen ontstaan.
• Je kunt uitleggen hoe de waterkringloop werkt.

Paragraaf 3.5 Nederland: Nederland, een gematigd zeeklimaat
• Je weet welke windrichting in Nederland overheerst en wat voor gevolgen dat heeft voor ons klimaat.
• Je begrijpt de invloed van aanlandige en aflandige wind en waarom Nederland een gematigd zeeklimaat heeft.
• Je kunt uitleggen waardoor in de zomer en winter op gelijke breedte verschillen in temperatuur ontstaan.

Paragraaf 3.6 Nederland: Weer en klimaat in Nederland
• Je weet dat er in Nederland kleine klimaatverschillen bestaan en in welke gebieden die merkbaar zijn.
• Je begrijpt wat het verschil is tussen het broeikaseffect en het versterkt broeikaseffect, op welke manier het versterkt broeikaseffect ontstaat en welke invloed dit heeft op het klimaat.
• Je kunt met behulp van kaarten aantonen welke verschillen in weer en klimaat er in Nederland zijn.

Paragraaf 3.7 Nederland: Depressies
• Je weet wat luchtdruk is en op welke manier die kan veranderen.
• Je begrijpt hoe een warmtefront en een koufront ontstaan en wat de gevolgen van deze fronten zijn.
• Je kunt uitleggen waarom het voorspellen van het weer in Nederland zo lastig is.

Studiewijzer H3 Klimaat
Praktische Opdracht GeoICT
Om de instructies voor de praktische opdracht te lezen, klik op de knop hier naast
Hoofdstuk 2 Bevolking en cultuur
Leerdoelen hoofdstuk 2

Paragraaf 2.1 Wereld: Druk! En het wordt nog drukker!
  • Je weet waar in de wereld dichtbevolkte en dunbevolkte gebieden zijn.
  • Je begrijpt waarom de levensverwachting en het geboorte- en sterftecijfer verschilt tussen arme en rijke landen.
  • Je kunt de bevolkingsdichtheid van een land uitrekenen.

Paragraaf 2.2 Wereld: De bevolking groeit en vertrekt
  • Je weet de oorzaken van de bevolkingsgroei.
  • Je begrijpt waarom mensen migreren.
  • Je kunt een bevolkingsgrafiek tekenen en ‘lezen’ en de bevolkingsgroei van een land uitrekenen.

Paragraaf 2.3 Wereld: Cultuur
  • Je weet op welke manier je een cultuur kunt beschrijven met drie soorten cultuurelementen.
  • Je begrijpt waarom culturen vroeger en nu verspreid en vermengd raken.
  • Je kunt je mening vormen over een onderwerp in vijf stappen.

Paragraaf 2.4 Wereld: Cultuurgebieden
  • Je weet waar de zes cultuurgebieden liggen en de belangrijkste cultuurelementen daarvan.
  • Je begrijpt waardoor bepaalde cultuurelementen in een ander cultuurgebied voorkomen.
  • Je kunt landen aanwijzen binnen de cultuurgebieden.

Paragraaf 2.5 Nederland: De Nederlandse bevolking
  • Je weet waar in Nederland de meeste mensen wonen en waar de bevolking groeit en afneemt.
  • Je begrijpt hoe en waarom de leeftijdsopbouw in Nederland verandert.
  • Je kunt kaarten en grafieken over de bevolking in Nederland lezen.

Paragraaf 2.6 Nederland: Cultuur in Nederland
  • Je weet waar de taal en godsdienst verschillen in Nederland.
  • Je begrijpt de gevolgen van de komst van andere cultuurelementen in Nederland.
  • Je kunt kaarten en grafieken over migratie en cultuur in Nederland lezen.

Paragraaf 2.7 Nederland: Nederland overzee!
  • Je weet waar Nederlandse emigranten wonen.
  • Je begrijpt waar Nederlandse (culturele) invloeden belangrijk zijn.
  • Je kunt informatie over de Nederlandse invloed in de wereld uit diverse bronnen halen.


Antwoordenboek
Heb je in je werkboek gewerkt en wil je de antwoorden controleren?
Klik op het antwoordenboek en controleer per paragraaf de antwoorden.

Jij hebt hier zelf de verantwoordelijkheid in!
Controleer alleen de antwoorden als je zelf de opgaven gemaakt hebt. Gebruik het antwoordenboek niet uit gemakzucht!
Download studieplanner
Hoofdstuk 1 Aarde in beweging
Leerdoelen Hoofdstuk 1

Paragraaf 1.1 Wereld: De aardkorst verschuift
  • Je weet dat het supercontinent ‘Pangea’ lang geleden uiteengevallen is.
  • Je begrijpt de theorie van de platentektoniek en hoe daardoor de Alpen zijn ontstaan.
  • Je kunt op een kaart de gebieden aanwijzen waar veel aardbevingen, vulkaanuitbarstingen en tsunami’s voorkomen.

Paragraaf 1.2 Wereld: Aardbevingen
  • Je weet wat een aardbeving is en wat de gevolgen er van kunnen zijn.
  • Je begrijpt hoe aardbevingen ontstaan en dat de gevolgen in arme- en rijke landen van elkaar kunnen verschillen.
  • Je kunt op een kaart met de aardkorstplaten de gebiedenaanwijzen met een groot aardbevingsrisico.

Paragraaf 1.3 Wereld: Vulkanisme
  • Je weet wat een vulkaan is en wat de gevolgen van vulkaanuitbarstingen kunnen zijn.
  • Je begrijpt hoe vulkanen ontstaan en waarom de gevolgen voor mensen in arme landen verschillen van die voor bewoners van rijke landen.
  • Je kunt op een kaart met de aardkorstplaten de gebieden aanwijzen met vulkanisme.

Paragraaf 1.4 Wereld: Tsunami's
  • Je weet wat een tsunami is en wat de gevolgen van tsunami’s kunnen zijn.
  • Je begrijpt hoe tsunami’s ontstaan en waarom de gevolgen voor mensen in arme landen verschillen van die voor bewoners van rijke landen.
  • Je kunt op een kaart de kusten aanwijzen die door tsunami’s getroffen kunnen worden.

Paragraaf 1.5 Nederland: Nederland op reis
  • Je weet dat het stukje aardkorst waarop Nederland ligt niet altijd op dezelfde plek heeft gelegen.
  • Je begrijpt dat fossielen, steenkool, aardolie, aardgas en zout in de diepere aardlagen van Nederland het bewijs vormen van de reis van ons land door de tijd en over de aardbol.
  • Je kunt op een wereldkaart aanwijzen welke reis Nederland over de aardbol heeft afgelegd.

Paragraaf 1.6 Nederland: Tektoniek in Nederland
  • Je weet dat in Nederland de gevolgen van platentektoniek klein zijn.
  • Je begrijpt waarom in Nederland toch aardbevingen voorkomen.
  • Je kunt op een kaart van Nederland het gebied aanwijzen met de meeste aardbevingen door gaswinning.

Paragraaf 1.7 Nederland: Nederland als dalingsgebied
  • Je weet het verschil tussen horizontale en verticale bodembewegingen van de aardkorst.
  • Je begrijpt waarom een groot deel van Nederland een dalingsgebied is en blijft.
  • Je kunt op een kaart en in een dwarsdoorsnede de ligging van de belangrijkste delfstoffen in Nederland aanwijzen en het ontstaan ervan verklaren.

Download
Download
Download
Quizlet
Terug naar de inhoud